5-7-08

Waarom ik het elke keer zo moeilijk heb aan het eind van het jaar

Jaarlijstjes Goed, we zijn halverwege. Tijd om de balans op te maken. Ik houd trouw lijstjes bij met de cd’s die me meer doen dan anderen. Zo kom ik aan het eind van het jaar ook aan mijn uiteindelijke TOP20. Dit is ook de manier om cd’s aan het begin van het jaar niet te vergeten. In willekeurige volgorde is de buit tot nu toe van dit jaar als volgt:






Novö – Je Retiens Ton Souffle (Monopsone)
Gram – Four-Letter Word (Torntable Records)
Parne Gadje – Mangupi (Smoked Recordings)
Autistic Daughters – Uneasy Flowers (Kranky/Staubgold)
Evangelista – Hello, Voyager (Constellation)
Hector Zazou – Corps Electriques (Radio France/Signature)
The Gutter Twins – Saturnalia (Sub Pop)
Frédéric Truong – Vers Le Nouveau Monde (FTR)
Laura Marling – Alas I Cannot Swim (Virgin)
Sharron Kraus – The Fox’s Wedding (Durtro/Janana)
Last Harbour – Dead Fires & The Lonely Spark (Little Red Rabbit)
Prosti Dumi – Ajde Na Balkana (Indies Scope)
Jiří Pavlica – Chvění (Indies Scope)
Jana Vébrová – Kykyrý (Indies Scope)
A Naifa – Uma Inocente Inclinação Para O Mal (Lisboa)
The Breeders – Mountain Battles (4ad)
Timesbold – Ill Seen Ill Sung (Tin Drum/Zeal)
Jacaszek – Treny (Miasmah)
Christopher Bissonnette – In Between Words (Kranky)
Firewater – The Golden Hour (Bloodshot)
Essie Jain – The Inbetween (Ba Da Bing)
The Notwist – The Devil, You + Me (Big Store/City Slang)
Rudi Arapahoe – Echoes From One To Another (Symbolic Interaction)
Crëvecoeur – #2 (Denovali)
Peter Broderick – Float (Type)
Retribution Gospel Choir – Retribution Gospel Choir (Cycle)
Natacha Atlas & The Mazeeka Ensemble – Ana Hina (World Village)
We Made God – As We Sleep (We Made God)
The Long Dead Sevens – The White Waltz & Other Stories (Beta-lactam Ring)
Faustine Seilman – Silent Valley (Effervescence)
Dikanda – Ajotoro (Jaro)
Rokia Traoré – Tchamanché (Universal/Tâma)
Les Fragments De La Nuit – Musique Du Crépuscule (Equilibrium)

En dan heb ik nog hoge verwachtingen van Sigur Rós, Thom Yorke, Jasper TX, Calexico, Klaus Schulze & Lisa Gerrard en Leila. Dat wordt weer woensdag gehaktdag 31 december.
Wat zijn jullie hoogtepunten tot nu toe?

door Jan Willem Broek

4-7-08

Verveelde Jongetjes Op Pad (Cocksucker Blues)

Cocksucker_blues_pagina_1

Cocksucker_blues_pagina_2_2

29-6-08

Le voyage du ballon rouge (Hou Hsiao Hsien, 2007)/Mogarin no mori (a.k.a. The mourning forest; Naomi Kawase, 2007)

Fkluyy

(Dit stuk bevat spoilers.)

Het belangrijkste thema in moderne Aziatische arthouse is eenzaamheid. Er wordt wat af getreurd, of het nu gaat om een dierbaar verlies, sociale isolatie of de onbereikbaarheid van werkelijke communicatie. Dat heeft sinds het ijkpunt Tokyo story (Ozu, 1953) prachtige, indringende cinema opgeleverd. Men neme bijvoorbeeld films van Hirokazu Koreeda (After life, Nobody knows, Maborosi), Hiroshi Ishikawa (Tokyo.sora), Ryuichi Hiroki (Tokyo garbage girl, Vibrator), Hitoshi Yazaki (Strawberry shortcakes) of de oeuvres van Tsai Ming-Liang, Wong Kar-Wai en Jia Zhang-Ke. Twee recente films laten weer eens zien hoe divers dit thema benaderd wordt.

Hou staat zijn mannetje als het om verfilmen van eenzaamheid gaat. Café Lumière was een expliciet eerbetoon aan Ozu. In recentere films als Millennium mambo en Three times zien we de dolende twintigers in grootstedelijk Taiwan, zichzelf verliezend door ja...wisten ze het maar. In Le voyage du ballon rouge verlegt Hou zijn blikveld naar Parijs, maar behoudt hij zijn bekende werkwijze: maak de kijker deel van de gefilmde alledaagsheid, het onspectaculaire, en laat hem langzaam voelen wat er onder het oppervlak leeft. De kracht van Hou’s beste werk zit hem in het feit dat hem dit überhaupt zo goed lukt. Suzanne (Juliette Binoche) werkt als actrice in een poppentheater en heeft au pair Song (Fang Song) in dienst om zich te ontfermen over haar zoon Simon (Simon Iteanu). Song heeft in China film gestudeerd en is bezig met een film over rode ballonnen. Dit is het zo’n beetje. Er wordt nog een piano versjouwd en er is een conflict met een huurder, die maar niet wil betalen maar wel de keuken van Suzanne steeds gebruikt. Zoals gezegd, het gaat niet zozeer om wat er gebeurt.

3337 Het thema van de onderhuidsheid wordt symbolisch benadrukt door de bezigheden van de centrale figuren. Suzanne speelt met poppen, Song met een camera en Simon met een spelcomputer, waardoor het zicht op de werkelijkheid, of de innerlijkheid, niet altijd glashelder is. Suzanne vergeet haar zoon de benodigde aandacht te geven, leidend tot compensatiegedrag. Song lijkt de camera te gebruiken voor de broodnodige distantie, als buffer tussen de werkelijkheid en haar gemoed. De rode ballon zelf blijft ongrijpbaar en elke interpretatie is er één. Voor mij is het een zon voor de eenzamen, die troost biedt aan hen die er oog voor hebben, Song en Simon. Suzanne is duidelijk nog niet zover.

Draait het in Le voyage du ballon rouge om onderhuidse emoties in de hectische stad, The mourning forest toont precies het omgekeerde. Op het Japanse platteland bevindt zich een soort kliniek waar oude mensen proberen hun verdriet te overwinnen. Zo worstelt Shigeki (Shigeki Uda) nog steeds met het verlies van zijn 33 jaar geleden overleden vrouw. Machiko (Machiko Ono) is werkzaam als zuster en heeft haar zoon verloren. Inderdaad, net als in Hou’s film (Binoche daargelaten) dragen de acteurs hun echte naam.

5b25dmourningforest Machiko neemt Shigeki mee op een trip. De man is vrij onvoorspelbaar in zijn gedrag en het laat zich daardoor juist raden wat er gebeurt als de auto van de weg raakt en Machiko hulp gaat halen. Shigeki verdwijnt het bos in. Hij wordt ingehaald door Machiko en samen verdwalen ze. Zo verwordt het tripje tot een tweedaagse emotionele veldslag, waarin beiden elkaar steunen in het overwinnen van hun verdriet. De natuur biedt troost maar brengt ook herinneringen aan het verlies terug. Wanneer Machiko hysterisch wordt als Shigeki een bergbeekje oversteekt, wordt duidelijk hoe ze haar zoon verloren heeft. Shigeki is vastberaden in zijn tocht op zoek naar het graf van zijn vrouw. En voordat men gelouterd het bos kan verlaten, zal er geleden worden.

Daar waar Hou de zichtbare emoties tot een minimum beperkt, zet Kawase de kraan wijd open. Aan beide aanpakken kleven risico’s. Hoezeer ik Hou’s werkwijze ook bewonder, in Le voyage du ballon rouge bleef ik toch ergens steken. Binoche eist (in haar bijzonder overtuigende rol) alle aandacht op en is zozeer het emotionele centrum dat Simon en Song ongrijpbare, onduidelijke personen blijven. We merken pas heel laat dat niet alleen Suzanne het moeilijk heeft, maar ook Song en Simon. Daardoor moet het gevoel van een verbindende apotheose uiteindelijk wedijveren met een mosterd-na-de-maaltijd-gevoel. Nadat Hou twee uur lang de kaarten tegen de borst heeft gehouden, gooit hij op het laatste moment alsnog een winnende kaart op tafel. Dat is geen vals spelen, maar toch ook niet trouw aan zijn spel. Daarnaast zit je welgeteld veel tijd te kijken naar een rondvliegende ballon. Alsof de opdrachtgever en geldschieter van de film (Musée d’Orsay) wel duidelijk wil hebben dat dit een soort vrije remake is van Le ballon rouge (Lamorisse, 1956).

Kawase daarentegen zou nog wat kunnen leren van Hou. De kijker is niet dom, dus je hoeft de meest pregnante zin uit het eerste deel (‘I am alive’) niet op het epifanische moment in het tweede deel te laten echoën. Emotie wordt ook opgewekt door wat de kijker niet ziet maar al weet. En als de emoties van het doek afspatten, kan elk woord er één teveel zijn.

Zo valt op beide films wel een en ander aan te merken, maar een andere overeenkomst is dat dit twee moedige films zijn. Hou werkt zonder verhaal en vertrouwt op de sensitiviteit van het gebodene, en op die van de kijker. Kawase scheert in haar openhartigheid juist langs de valkuilen van het sentimentalisme, maar wordt op de been gehouden door een voelbare eerlijkheid. De mens is alleen, wat een cliché. Maar ook met clichés valt goed te werken.

olafk

26-6-08

De piano als slaginstrument - concertrecensie Sylvie Courvoisier's Lonelyville

Sylvie Courvoisier's Lonelyville - 15 mei 2008 - BIMHuis - Amsterdam

2520228251_da20dce615_4

De piano als slaginstrument, met die gedachte bespeelde Sylvie Courvoisier de vleugel in het Bimhuis. Courvoisier is een Zwisterse pianiste die graag modern gecomponeerde muziek mengt met improvisatie uit de jazz. Na in Europa in de improvisatiescene snel naam gemaakt te hebben, vestigde ze zich in New York en is daar actief in de scene rondom John Zorn. Qua geluid zit ze ergens tussen Morton Feldman en Cecil Taylor in, en haar beste werk totnutoe zijn haar twee laatstverschenen cd's 'Lonelyville' en 'Signs and Epigrams'. Die laatste is geheel solo, waar ze de meest wonderlijke klanken uit een piano weet te halen, gecombineerd met een bijzonder goed ontwikkeld componeertalent. Op 'Lonelyville' is ze aanvoerder van een kwintet, waarmee een klassieke triobezetting van viool, piano en cello de samenwerking aangaat met een jazzdrummer en electronica van Ikue Mori.

In het Bimhuis kwamen de uitersten van twee werelden nog beter uit de verf dan op cd. Courvoisier is behalve componiste en pianiste ook de spil van de band, die, na korte solo-uitstapjes van de rest van haar band, meteen de draad weer oppakte en de luisteraar naar weer een nieuw muzikaal deel leidde. Zo bleef het publiek gedurende het hele concert, dat niet meer dan vier stukken telde, geboeid luisteren.

Courvoisier schrijft uitdagende muziek, waarbij ze de voordelen van een grotere bezetting slim benut door zorgvuldig opgebouwde spanning ruw te laten onderbreken door de andere bandleden, waarvan de luisteraar even was vergeten dat ze er waren. De virtuositeit van de rest van de band, die het materiaal tot in de finesses beheerste, deed de rest: er waren bijzonder sterke solo's en unisono gespeelde partijen van cellist Vincent Courtois en violist Mark Feldman. Ikue Mori was nog nooit beter op haar plek met haar soms vervreemdende elektronische effecten. Deze pasten prima bij het onthutsende effect van de rest van de muziek.

2520228161_5c829d08fd_2

Het mooist waren de zachte gespeelde pianopartijen van Courvoisier, vaak ondersteund door strijkers, die meer dan eens aan de muziek van componist Morton Feldman deden denken. Er sprak een eenzaamheid uit die dwars door de ziel sneed. Jazzy werd het toch nog even aan het einde van de avond, in het stuk 'Cosmorama' van de cd 'Lonelyville', toen er iets van een herkenbaar thema klonk, waarover aarzelend geswingd werd door drummer Gerard Cleaver.

Het alsmaar herhaalde thema vormde een houvast voor het publiek wiens inlevingsvermogen danig op de proef werd gesteld deze avond. De bewondering voor deze geweldige muzikale prestaties was echter unaniem positief en een eventuele toegift bleek dan ook geheel overbodig.

EvR

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder

(Deze recensie is eerder geplaatst op www.draaiomjeoren.com)

24-6-08

Goodbye 20th Century: A Biography of Sonic Youth

Een boek over Sonic Youth schrijven is geen sinecure. Hoe schrijf je een leesbare biografie van dit stel creatieve duizendpoten? Auteur David Browne verstaat de kunst van het weglaten en schreef een aanbevelenswaardige biografie over de band. Met medewerking van de band zelf.

Sonic_youth_7 Maar liefs 400 pagina’s telt de recent verschenen biografie van David Browne. Die staan niet vol met encyclopedische feitjes, maar uit informatie opgetekend uit de eerste hand: Browne kreeg namelijk volledige medewerking van de band zelf, en praatte daarnaast met vrienden en bekenden. Want dat is waarschijnlijk het geheim van Sonic Youth: netwerken, netwerken en nog meer netwerken (of, minder vriendelijk uitgedrukt, opportunisme). In chronologische volgorde wordt aan de hand van plaatopnamen en andere bijzondere gebeurtenissen duidelijk hoe de band functioneert, hoe beslissingen worden en genomen en door wie. Zo komen we bijvoorbeeld te weten dat Kim Gordon drummers mocht ontslaan omdat Lee en Thurston de directe confrontatie niet aandurfden met de personen in kwestie.

Het zal ook geen verbazing wekken dat Gordon het meest openhartig is en ook kritisch over het verleden, zoals over de doorbraak die er maar niet kwam, ondanks verwoede pogingen van band en label om zich te schikken naar een MTV-gericht keurslijf.

Het meest interessant is het eerste deel van het boek, dat de opkomst van de band beschrijft in maar liefst 200 pagina’s. Brown beschrijft in geuren en kleuren het New York uit de jaren ’80: vies, gevaarlijk en een verzamelplaats van creatievellingen die allemaal op zoek zijn naar erkenning. Het is Lee Ranaldo die op tournee mag met Glenn Branca en er al snel achter komt dat Europa meer waardering toont voor avantgarde dan de Verenigde Staten. Na een mislukte tournee met de Swans beproeft de band haar geluk in Europa en wordt er langzaam maar zeker een fanbase opgebouwd en wordt ook het materiaal steeds meer songgericht, met als hoogtepunt het verschijnen van ‘Daydream Nation’, terecht nog altijd een klassieker genoemd.

Een groter publiek lonkt, maar het blijft kwakkelen. De band doet veel concessies om maar bekend te raken bij een groter publiek, zoals tournee met Neil Young die veel onwil bij het publiek oproept (en ook de crew van Young en uiteindelijk de band behoorlijk opbreekt). Pas eind jaren ’90 lijkt de band zich verzoend te hebben met het feit dat ze nooit een groot publiek zullen bereiken en worden plaatopnames steeds introverter, zoals ‘A Thousand Leaves’ uit 1998. Verrassend is de toevoeging van Jim O’Rourke, die zich het meest kritisch over de houding van de band uitlaat en zijn redenen om de band uiteindelijk weer te verlaten. Ook Steve Shelley is kritisch over cd-opnames, die zelden rechtdoen aan zijn talent. Als er iets uit deze biografie duidelijk wordt, is dat Sonic Youth meestal een compromis is, dat soms goed, en soms slecht uitpakt voor de leden. ‘Mensen klagen, maar niemand vertrekt’ zegt Gordon ergens. Nu een doorbraak geen zelfopgelegde verplichting meer is, is er meer ruimte voor zijprojecten en niet te vergeten het ouderschap van Gordon en Moore, waarmee kortere tournees steevast in het najaar worden gepland.

Wie naar schandalen zoekt of smeuïge verhalen, kan dit boek beter niet lezen, want het meest schokkende is een ruzie ten tijde van Dirty tussen Lee en het echtpaar Gordon-Moore. Wel biedt het een mooi inzicht in de onderliggende verhoudingen binnen de band, en de lange weg naar internationale bekendheid. Het boek leest prettig en er is voldoende ruimte voor kritiek. De laatste honderd pagina’s doen echter wat rommelig aan en het is duidelijk dat er een deadline gehaald moest worden. Gezien de hoge productiviteit van de band is dit een omissie. Mocht je dit boek kopen, let goed op dat het boek niet verkeerd gesneden is zoals dat van mij.

EvR

De Volgende Tien Jaar Van Techno

Moritz von Oswald Trio @ Viral Radio Festival (Bimhuis, 24 juni 2008)

Techno kent al jaren zijn uitstapjes richting jazz. Laurent Garniers recentelijke flirts die resulteerden in het plezierige Public Outburst (2006), Underground Resistance in 'Hi-tech Jazz' modus en natuurlijk Carl Craigs liveprojecten als Paperclip People en Innerzone Orchestra. Ondanks hun charme blijven zelfs de beste pogingen steken in het idee van jazz + techno. Meer handreiking dan versmelting. Vandaar dat ik het optreden van het Moritz von Oswald Trio in het Bimhuis met enige scepsis bezocht. Maar je moet als liefhebber toch nieuwsgierig zijn naar wat von Oswald (de helft van dub/minimal revolutionairen Basic Channel) beweegt om de studio te verlaten en zich als live muzikant te profileren, zeker als hij nog eens Vladislav Delay (ook bekend als de house prins Luomo) meeneemt als percussionist en zijn trio compleet maakt met Max Loderbauer (Sun Electric, NSI). 

Om de deur eens met een flinke karatetrap open te trappen: ik heb de volgende tien jaar van techno gehoord! De afgelopen week heb ik braaf mijn best gedaan om de, in technokringen opgehemelde, plaat Song From The Beehive van Move D & Benjamin Brunn in mijn hart te sluiten. En ook al hoor ik vakmanschap en zoiets als schoonheid was ik uiteindelijk net als bij Deepchord, niet zozeer teleurgesteld over de muziek zelf als wel het gevoel dat de muziek niet weet te ontsnappen aan het verleden. En dat verleden is het model dat Basic Channel (1993 - 1995) en vervolgens in de tweede helft van de jaren negentig het Chain Reaction label hebben ontworpen en uitgewerkt: open techno, minimaal, gruizig met dubinvloeden. Echter zo uitgewerkt dat er weinig eer meer aan valt te behalen. von Oswalds volgende project als Rhythm & Sound bewoog steeds meer richting reggae maar dat lijkt nu voorlopig tot een einde te zijn gekomen. Zijn recentelijke levenstekens, de 'Ich Bin Der Regen' remix voor 2Raumwohnung, de 'Watamu Beach' rework voor Sebbo, vormden ingetogen slow motion techno met karakteristieke bas en ruimtelijke diepte. En toch zijn daar weinig aanwijzingen in te vinden voor de muziek die zijn trio maakt.

Dsc00130

Wanneer von Oswald achter zijn synthesizers plaatsneemt, is de luxaflex net gehezen, zodat het publiek weer het beeld krijgt van de avond die over Amsterdam valt. Of hij het moedwillig doet of niet is lastig te beoordelen, maar Von Oswald doet precies het juiste, hij begint lange synthklanken te spelen, die pas als de duisternis de overhand krijgt, langzaam beginnen te vervormen (apparatuurnerds sorry, ik heb niet goed op de details gelet.) Wanneer vervolgens Delay en Loderbauer erbij komen zitten word je als luisteraar een uur lang in een uniek krachtveld vastgezet. Wat Loderbauer precies doet blijft mysterieus, hij zit vanuit mijn oogpunt verscholen achter een kast waar hij ongetwijfeld draden inplugt terwijl zijn bijdrage in het totaalgeluid lastig is te ontleden (al vermoed ik dat het de pulserende tonen zijn die soms verschijnen.) Delay neemt plaats achter een verzameling percussie met een enkele snaredrum die hij pas laat in de set gebruikt. Het eerste half uur is niet minder dan een sensatie. Fusion is een te beladen term geworden maar het is wel zoiets als totaalmuziek. Er zijn pulsen, hints naar Miles in de jaren zeventig, vervolgens zijn er sporen van acid, herinneringen aan house die achteloos, als in een droom door de muziek bewegen. Von Oswald vertraagt tot dub, maar het is alsof dub ter plekke wordt uitgevonden terwijl Delay met een springvormig instrument stug accenten aanbrengt.

Die muziek is nog te verankeren in bepaalde referenties. Misschien is het vermoeidheid maar de tweede helft is onnavolgbare vrije muziek, een doolhof van abstractie, kubistische regenval, kristallen wouden, waar in een zit moeilijk grip op is te krijgen...maar bevrijdend omdat je het nog nooit eerder hebt gehoord. Dan lijkt von Oswald de spanningsboog niet meer te kunnen volhouden en zowaar de controle kwijt te zijn. Met een paar grote gebaren wordt de muziek uitgedoofd. Schuchter, bijna schuldig, loopt hij naar de uitgang, terwijl Delay met een paar handzwaaien een toch explosief applaus in ontvangst neemt. Is dit dan techno? Niet dat het veel uitmaakt, maar ja...techno is een futuristische ritmemachine, ik was alleen bijna vergeten dat je hem op verschillende manier kan bouwen, dat zij in verschillende werelden kan leven, moet ontsnappen uit de gevangenissen van subgenre conventies. Op een maandagavond kan je die zomaar tegenkomen, voorbij de club, voorbij de dans, rijp met nieuw, ontelbare mogelijkheden.

door OMC

Secret Chiefs 3 - Book of Angels vol. 9: Xaphan

Xaphan_5 Achilles en de schildpad treffen elkaar in de kleine zaal van Paradiso. Wie door het luide gepraat heenluistert, hoort op de achtergrond muziek van Explosions in the Sky, die een optreden geven die avond.

Achilles: Heb je die cd die ik je geleend heb nog geluisterd?

Schildpad: Bedoel je die cd van Secret Chiefs 3?

Achilles: Ja, die.

Schildpad: Ja, die heb ik wel geluisterd ja. Wat een rare cd is dat zeg. Vooral die productie. De ene keer hoor je een instrument van heel dichtbij, daarna weer ergens op de achtergrond. Het lijkt wel of er iemand met je equalizers zit te knoeien. Daar kun je toch niet rustig naar luisteren?

Achilles: Dat is juist precies wat ik zo mooi vind aan die cd! Ze zijn maanden bezig geweest om op allerlei manieren die instrumenten op te nemen. Het resultaat is een productie die je nauwelijks nog hoort vandaag de dag. Vooral met een koptelefoon op is het genieten. Maar ja, iemand die de hele dag naar MP3’s luistert zal wel geen oog hebben voor een goede productie als deze.

Schildpad: Wat een uitslovers zeg, die Secret Chiefs van jou. Ik vind ’t maar verwarrend klinken. En dan die muziek…zijn het Arabieren ofzo, die band? Met al die rare maatsoorten en ritmes?

Achilles: Nee hoor, ze komen gewoon uit de V.S., uit de omgeving van San Francisco. Ze zijn wel beïnvloed door allerlei niet-Westerse muziek. Ze houden zich ook bezig met allerlei moeilijke filosofie. Vooral Trey Spruence, de leider van de band. Die zou dit gesprek in no-time naar een wat hoger niveau brengen.

Schildpad: Dat verbaast me niks. Nou, gelukkig zingen ze er nauwelijks bij, want daar houd ik niet van. Spelen ze nou muziek van John Zorn? Dat is toch die rare Amerikaan die z’n geld verdient op jazzpodia met het imiteren van eendjes op een altsaxofoon?

Achilles: Inderdaad, die ja.

Schildpad: Je hoor wel heel veel verschillende stijlen zeg. Het is net of ze de hele wereld zijn overgevlogen en met allerlei verschillende mensen hebben gespeeld, net zoals Bløf gedaan heeft.

Achilles: ?!?

Schildpad: Wereldmuziek noemen ze dat toch? Er staat ook een funky nummer met een trompet op, is dat met Miles Davis? Of speelt die nou saxofoon? Ik vergeet dat steeds.

Achilles: Eh, ik geloof ’t niet. Misschien is de volgende uitgave van Masada-nummers door Medeski, Martin en Wood meer iets voor jou.

Schildpad: Vet! Die heb ik op North Sea Jazz gezien, met een kwijlende bejaarde gitarist erbij. Die heet volgens mij ook John. Ga je dit jaar trouwens ook naar North Sea Jazz?

Achilles: Eh, nee, sinds ik ziek geworden ben van die oesters daar kom ik er liever niet meer.

Schildpad: Oei! Da’s minder inderdaad. Nog maar een biertje dan? Volgens mij wil die Paradiso-medewerker dan we ophouden met praten, want hij kijkt een beetje geïrriteerd. Dat is wel zo fatsoenlijk naar die band toe vind ik.

(Met dank aan Douglas Hofstadter)

EvR

18-6-08

Juni Draaitafel Special

Tussen al die voetbalpracht door moet er nog wel naar muziek geluisterd worden. Even wat platen op een rijtje:

Anjaschneiderbev


Anja Schneider – Beyond The Valley

Anja Schneider en haar Mobilee label hebben de laatste jaren flink aan de weg getimmerd en dan is een echt artiestenalbum de volgende stap. Je weet door de woordkeuze eigenlijk al wat er dan gaat volgen: Beyond The Valley valt een beetje tegen. Geen rampzalige plaat. Het is degelijkheid troef, geen geluidje bevindt zich op de verkeerde plek maar het is allemaal erg functioneel. Het vermoeden rijst dan ook dat dit vooral een DJ album is en dat de afzonderlijke tracks van elkaar moeten worden losgekoppeld om echt goed tot hun recht te komen.


Themoleashighasthesky


The Mole – As High As The Sky

Uit de werkkring van Mathew Jonson maar tot op heden niet zo op handen gedragen. Ik verwachte een soort tweedehands Jonson maar werd ontzettend verrast door een uitbundige en inventieve vorm van disco-house. Moodyman is het makkelijkst te identificeren baken. As High As The Sky klinkt de eerste paar draaibeurten geweldig en ‘Ain’t The Way It’s Supposed To Be’ is zonder twijfel een van beste housetracks van 2008 maar de plaat lijdt een beetje aan het Dubbelicious effect.


00ricardo_villalobosvasco_ep_part_2


Ricardo Villalobos – Vasco E.P.

Eindelijk is het dan tijd voor de antwoord remix van Shackleton. Hier de track ‘Minimoonstar’ die wordt gelardeerd met typische Shackleton percussie en wat vreemde stemsamples. In eerste instantie toch minder wereldschokkend dan de eerste confrontatie tussen beide heren. De rest van de E.P. is precies het tegenovergestelde van het eerder dit jaar verschenen DJ-tool ‘Enfants’, dat wil zeggen uitmuntende Hippielobos in opperbeste meanderde stemming. Kost even moeite om in te komen maar nu ik een hond te logeren heb en verplicht avondwandelingen onderneem is ‘Minimoonstar’ als soundtrack terwijl de zomernacht over de stad valt sensationeel.


Wighnomybrosmix


Wighnomy Brothers – Metawuffmschfelge

Ik ken de DJ-praktijken van de Wighnomy Brother alleen maar van horen zeggen (gezellige chaos) en had daardoor een hele andere mix-cd verwacht. Iets speels zoals de hoesfoto lijkt te beloven. Misschien is die foto wel meer bedoeld om een gevoel van nostalgie op te roepen en in dat geval is het compleet in harmonie met de mix. Want Metawuffmschfelge is met gemak de meest melancholische housemix die ik ooit heb gehoord. Het tempo verandert nauwelijks en is ingetogen. Over de subtiele minimalbeats worden dan vrouwenstemmen gedrapeerd en dat is een heel mooi effect. Tegen het einde verschijnt DJ Koze’s ‘Mariposa’ en word je als luisteraar overmand door een hele fijne droefheid. Kortom niet een stijl die je snel nog een keer op de dansvloer zal horen.


Marceldettmannberghain02


Marcel Dettmann – Berghain 02

Marcel Dettmann wordt in bepaalde technokringen gezien als de man die de uitweg uit het doolhof van minimal zal wijzen. Na een aantal zeer aparte releases verschijnt nu een mixcd die ongetwijfeld zal worden gelezen als een statement waar het de komende tijden heen moet met de voornamelijk Duitse dansmuziek. Nu is Berghain 02 vrij goed maar wat mij betreft is hij net iets teveel nouveau old school om massaal navolging te krijgen. De knikkerbeats van minimal maken plaats voor een prettige loopachtige techno zonder dom in '99 stijl te knallen en verder zijn er veel ouderwetse details zoals hammerende piano’s zodat ‘Just Another Chance’ van Kevin Saunderson eigenlijk helemaal niet zo detoneert midden in de mix.


Loco_dice


Loco Dice – 7 Durham Place

Na een aantal uitstekende E.P.’s zoals ‘Seeing Through Shadows’ en ‘Harissa’ is het twee jaar stil geweest rond de prins van de elegantie minimal Loco Dice. Lekker bezig geweest met een album maken blijkt nu. Ik heb het vermoeden dat 7 Durham Place twee jaar geleden juichend was ontvangen terwijl het nu lijkt te worden genegeerd. Is dat onterecht? De muziek is vaak smaakvol en zit knap in elkaar (‘Consequence Exentric and Delicate’) maar ergens wil het me niet grijpen, zeker als Loco Dice twee ontzettende house clichés inzet: het samplen van porno (‘Tight Laces’) en het slap stoer kwebbelen over een track (‘Pimp Jackson is talking now’). Dat mag Green Velvet alleen doen.


Boo_radleys


The Boo Radleys – Giant Steps (1993)

Nu ik bijna nooit meer in platenzaken kom besef ik pas dat het luisteren naar nieuwe cd’s in de winkel vroeger totaal geen zin had. Daardoor kocht ik juist altijd albums waar ik later spijt van kreeg. Eigenlijk niet zo raar, immers albums die je blind koopt weet je bijna altijd wel van dat ze goed zijn (een Discovery ga je niet eerst nog even luisteren.) De albums die je nog uit onzekerheid gaat luisteren bestaat twijfel over en die ene luisterbeurt is te weinig om een juist oordeel te vellen. Zo kwam ik dus destijds na hyperventilerende recensies in Engelse tijdschriften in het bezit van Giant Steps, want die plaat klonk toch wel erg lekker. Een jaar later heb ik hem weer verpatst. Was dat terecht? Nu ik hem weer eens terugluister: nee, niet helemaal. De eerste helft luistert in 2008 nog steeds fijn weg. Gitaren staan te ronken en de liedjes doen zelden wat je verwacht dat ze gaan doen. De dub klinkt soms wat geforceerd behalve als er opeens ontzettend hard doorheen getoeterd wordt. Wel herinner ik me opeens dat de plaat te lang duurt en pas tegen het einde weer opleeft, maar een apart album is het wel, een soort ambitieus meta-indie album, dat op een of andere manier alleen maar in het begin van de jaren negentig had kunnen worden gemaakt.


door OMC

28-5-08

Les Glaneurs et la Glaneuse

Dit is nog 'ns een subjectivistische documentaire. Agnès Varda, een vitale dame van in de zeventig raakt gefascineerd door "les glaneurs". Glaneurs1b_2 Het waarom is onduidelijk, maar als kunstenares/regisseuse pakt ze natuurlijk meteen haar handheld-camera en gaat ze op pad voor een tripje vol vrije associaties. Eerst leren we wat glaneurs zijn: vrouwen die na de graanoogst de restjes van de akkers raapten. Op romantische schilderijen zien ze er stoer en onverslaanbaar uit. Zouden ze er nog zijn, deze arenlezers? Nou, op de graanvelden klaarblijkelijk niet meer, maar bij de aardappeloogst is een nieuw fenomeen ontstaan. De helft (nou ja) van de aardappels is te groot, of heeft een rare vorm, waarna de boeren deze, onaangekondigd, ergens dumpen. En daar zijn ze. De figuren van de zelfkant, de zigeuners, zwervers en de helemaal niet zo arme vrekken die geen enkel probleem hebben met hartvormige aardappelen. Het werkt aanstekelijk en Varda's huis zal binnen niet al te lange tijd vol groenten in vorm van hartjes en andere troep staan. Als de "glaneuse" even niet meer weet wat ze moet filmen richt ze de camera maar op zichzelf. Ze is met name geobsedeerd door haar eigen gerimpelde handen.

Intussen wordt uitgelegd dat het volgens de Franse wet zelfs mogelijk is om na de oogst in kassen achtergelaten tomaten verzamelen. Je krijgt 't idee dat er mensen zijn die zo hun volledige maaltijd binnenhalen. Glaneurs2a_3 Volk dat gewoon in een prima auto aan komt rijden. Dan maar de stad in, waar nog grotere freaks leven. Mensen op 't randje van gekte die al 10 jaar op afval leven en natuurlijk de bijna clichématig opgewekt lijdende Afrikaan die samen met een maffe Chinees in een krot woont waar ze koelkasten repareren en kippenpootjes van na de datum bakken. Veel minder interessant zijn de knutselende afvalkunstenaars. Zouden de originele glaneurs soms kettingen van 't graan hebben geknutseld? Ik dacht 't niet.

Het beste heeft Varda voor 't laatst bewaard. De markt. Ik zal wel niet genoeg uit mijn doppen hebben gekeken, of misschien zijn er in Nederland zijn simpelweg genoeg voedselbanken, maar ik had dit nog nooit gezien. Als de markt voorbij is komen de stadsglaneurs met grote rugzakken, die, terwijl de koopmannen ze afsnauwen, hun zakken en hun mond volproppen met rauwe groente en fruit. Glaneurs3a_4 Bleekselderij, witlof, peterselie, het gaat allemaal naar binnen. Varda spreekt een man aan. Hoeveel appels eet u nou per dag? Och, een stuk of zeven. Deze Alain blijkt een belezen figuur te zijn, die als voormalig bioloog uitstekend op zijn dieet let. Hij werkte ooit op een middelbare school en is nu daklozenkrantverkoper. Heel terecht krijgen we niet te weten waar het mis is gegaan. Maar de man heeft nóg 'n verrassing in zich, 's avonds leert hij zijn banlieu-flat vol Afrikanen op vrijwillige basis lezen. Wat een levenslust.

Les Glaneurs & Le Glaneuse duurt, als een dubbele (en dubbel zo filosofische) aflevering van de Keuringsdienst van Waarde nog geen tachtig minuten, maar wie toch tijd heeft moet ook het "deux ans après"-appendix kijken. Hier bereikt de "suffisance" nieuwe hoogten als Varda een paar van de gigantische hoeveelheid mensen gaat opzoeken die haar na.v. de documentaire hebben geschreven. Ook beschouwt ze na met Alain, die haar terecht, maar niettemin wat gênant (of arrogant?) voor de voeten werpt dat ze veel te veel met zichzelf bezig was in de docu. Varda heeft dat waarschijnlijk wel verwacht en countert aan het slot. Emotioneel en eerlijk, met de camera op de huiskamertafel en de kat die half buiten het frame gaat zitten.

(door Ludo)

23-5-08

Greg Weeks: De schaduw voorbij

Gregweeks_2

Zanger, gitarist Greg Weeks beschouw ik al jaren als een nieuwe, eigentijdse held. Niet alleen omdat hij de Nick Drake van deze tijd is met zinnenstrelende muziek, ook als producer, gastmuzikant en initiator van diverse indrukwekkende folk-projecten weet hij me te raken. Vorig jaar is hij gestart met zijn eigen label Language Of Stone, onder de auspiciën van Drag City. Op vrijwel elke release speelt hij een rol als producer en gastmuzikant. Na jaren in de schaduwzijde van de muziek te schitteren, is het nu tijd hem eens tegen het licht te houden, want hij is een unicum in de hedendaagse muziekwereld.

door Jan Willem Broek

Lees meer "Greg Weeks: De schaduw voorbij" »